Op de kaart
  • Amsterdam
  • Campussen
  • Science Park
  • Roeterseilandcampus
  • Universiteitskwartier
    Placemaking
  • Wat is Placemaking UvA?
  • Onderwijs
  • Studentenprojecten
  • Partners
  • Stageplekken
  • Contact
  • English
  • Sensory Bike Tour
Close menu Search
Navigatie
Kaart   ›   Partners   ›   Buurtcampus HvA   ›   Buurtcampus HvA - de Groenstrook
Verbinding op het Lambertus Zijlplein

Buurtcampus HvA

De Buurtcampus is een leeromgeving van de HvA in samenwerking met de OBA. Het doel is om de wijk met haar bewoners en organisaties te verbinden met studenten. In samenwerking met docenten en onderzoekers wordt een rijke leeromgeving gecreëerd en een divers programma ontwikkeld voor de buurt.
2 / 5
Confuciusbuurtpark 2024-2025

De groenstrook- Buurtcampus HVA

Team

Coco
Sem
Britt
Lisayra

Wat is de groenstrook bij de buurtcampus HvA?

Voor buurthuis Het Pluspunt in Geuzenveld ligt een groenstrook die dagelijks door veel mensen wordt gepasseerd, maar vrijwel nooit wordt gebruikt als verblijfsruimte. Hoewel ouders met kinderen, jongeren na schooltijd, ouderen die even uitrusten en bewoners die bellen of roken, regelmatig langs komen, ervaren zij de plek vooral als een “vergeten stukje groen”. De natuurlijke kwaliteiten: een waterkant, drie bomen die beschutting bieden en een verbinding met zowel het winkelgebied als de woningen, blijven hierdoor onbenut. Zoals één bewoner het verwoordde: “Het is gewoon… leeg. Een plek waar je doorheen loopt, niet waar je blijft.”


Het vraagstuk

Hoe kan deze groenstrook worden ingericht zodat zoveel mogelijk bewoners er op een betekenisvolle manier gebruik van kunnen maken tijdens hun dagelijkse routines?

Locatieanalyse

Om deze vraag te beantwoorden, begonnen we met een uitgebreid locatieonderzoek. Door middel van observaties, stationary mapping en people-moving counts brachten we het gebruik van de plek gedurende verschillende momenten van de dag in kaart. Daarbij gebruikten we Gehl’s twaalf kwaliteitscriteria en Sim’s inzichten over menselijke schaal en leefbare dichtheid. Uit deze analyse bleek dat de groenstrook weliswaar veilig en toegankelijk is, maar dat de ruimte qua comfort, identiteit en uitnodiging tot verblijf sterk tekortschiet.
Bewoners bleken vooral de randen te gebruiken: jongeren verzamelen zich bij de winkelzijde, ouderen zitten of staan aan de waterkant, en ouders met kinderen verspreiden zich over de stoep. Het midden van de groenstrook blijft vrijwel altijd leeg. Spelen gebeurt af en toe spontaan, maar wordt nergens door de inrichting ondersteund. Hierdoor functioneert de strook vooral als een doorstroom plek tussen winkels, scholen en woningen.
In gesprekken met bewoners, aangevuld met een turflijst tijdens een co-creatie moment, kwam duidelijk naar voren dat er vooral behoefte is aan plekken om te spelen, meer groen en een rustige plek om elkaar te ontmoeten. Deze wensen sluiten aan bij Reijndorp et al. (2010), die stellen dat plekken pas betekenis krijgen wanneer zij aansluiten bij alledaagse ritmes en gedeelde omgangsvormen. De huidige leegte van de strook voorkomt dat er dergelijke ritmes kunnen ontstaan.
 

Veldwerk & Data-analyse

Om zowel zichtbare als minder zichtbare gebruikers van de groenstrook te betrekken, voerden we verschillende veldwerk activiteiten uit. We waren wekelijks aanwezig in Het Pluspunt, omdat deze locatie functioneert als een ‘gateway’ tot de buurt. Door deel te nemen aan activiteiten zoals de Ouder & Kind-middag en door informeel aanwezig te zijn in het buurtcafé, bouwden we relationeel vertrouwen op, wat volgens Verloo (2020) essentieel is voor goede stedelijke etnografie.
Daarnaast voerden we gesprekken met tien bewoners, drie medewerkers en meerdere wijkprofessionals. Voor bewoners die minder makkelijk deelnemen aan gesprekken, zoals ouderen of nieuwkomers, plaatsten we een omgebouwd vogelhuisje, het ‘Vragenhuisje’, waarin zij laagdrempelig wensen en opmerkingen konden achterlaten. Echter heeft dit plan niet de gewenste effecten gehad, maar het bleek wel een leerzaam proces.
 

Co-creatie & Oplossingsrichting

De inzichten uit het veldwerk vormden de basis voor verschillende co-creatiemomenten. Tijdens een tekenactiviteit met kinderen vroegen we hen hun ‘droomplek’ te verbeelden. De tekeningen, vol schommels, boomhutten, bloemen, water en kunst, lieten zien dat kinderen sterk verlangen naar een speelse en groene omgeving. Wat ons bovendien opviel was dat vooral meisjes tussen de drie en zeven jaar enthousiast en betrokken waren, een groep die vaak minder gebruikmaakt van buitenspeelruimtes in de buurt. De creatieve energie die tijdens deze middagen ontstond, gaf richting aan een interventie die zowel betekenisvol als uitvoerbaar zou zijn.

Interventie: Creatieve Buiten-Knutselmiddag

De gekozen interventie bestond uit een creatieve buiten-knutselactiviteit waarbij kinderen met natuurlijke materialen, zoals takjes, bladeren, zaden en hout, kleine kunstwerkjes maakten die tijdelijk op de groenstrook werden geplaatst. Deze interventie sloot aan bij meerdere behoeften en contextuele factoren in de wijk. Enerzijds speelde het in op de wens naar meer speelruimte en groen, anderzijds paste het goed bij bestaande patronen in Het Pluspunt en de Buurtcampus, waar creatieve activiteiten al populair zijn. Door uitsluitend met natuurlijke materialen te werken bleef de interventie laagdrempelig, flexibel en esthetisch passend binnen de omgeving. Bovendien volgde de interventie het principe van quick, cheap & light, wat kenmerkend is voor tijdelijke placemaking zonder zware gemeentelijke procedures.
Het doel van de interventie was om kinderen op een speelse manier bewust te maken van hun leefomgeving en hen een gevoel van eigenaarschap te geven over de groenstrook. Door zelf iets te creëren en dit zichtbaar in de openbare ruimte te plaatsen, werd de plek niet langer alleen een doorgangsruimte, maar een locatie met betekenis. Indirect werd ook ingezet op betrokkenheid van ouders en andere buurtbewoners. De aanwezigheid van de kunstwerkjes moest voorbijgangers uitnodigen om langzamer te lopen, te kijken of zelfs met elkaar in gesprek te gaan. Op deze manier fungeerde de interventie niet alleen als een fysieke ingreep, maar ook als een sociale hefboom: een eerste stap richting een plek die uitnodigt tot verblijf, ontmoeting en interactie.
Het verwachte effect van de interventie was vooral een tijdelijke piek in aandacht kort na plaatsing van de kunstwerkjes. We verwachtten dat voorbijgangers hun gedrag zouden aanpassen door te vertragen, stil te staan of met anderen te praten over wat zij zagen. Daarnaast werd verwacht dat kinderen hun ouders of verzorgers zouden meenemen naar de groenstrook om hun werk te laten zien, wat de sociale dynamiek rondom de plek verder zou versterken. Het belangrijkste doel was nadrukkelijk niet een permanente herinrichting van de ruimte, maar het op gang brengen van betekenisgeving en betrokkenheid bij de plek.
Om de impact van de interventie te meten, werden na afloop van de workshop observaties uitgevoerd. Daarbij maakten we gebruik van people-moving counts en linger counts om inzicht te krijgen in eventuele veranderingen in gebruik en interactie. We observeerden onder andere of mensen langer bleven staan, met elkaar in gesprek gingen over de kunstwerkjes of kinderen meenamen om deze te bekijken. Hoewel de effecten waarschijnlijk tijdelijk zijn, ligt het bredere doel in een geleidelijke ontwikkeling van de groenstrook tot een ruimte waarin bewoners zich meer verbonden voelen en waarin nieuwe vormen van gebruik mogelijk worden.



Presentatie Locatieonderzoek Presenatie co-creaties


Infographic

Overdracht

Op basis van onze bevindingen doen wij een aantal aanbevelingen voor de betrokken organisaties, die voortbouwen op wat er in de buurt werkt en rekening houden met bestaande ritmes en bewonerservaringen.
Een eerste aanbeveling is om de groenstrook te ontwikkelen tot een herkenbare speel- én verblijfsplek. Dit hoeft niet direct te betekenen dat er grote, permanente speelobjecten geplaatst worden. Integendeel: lichte, tijdelijke speelelementen die eenvoudig verplaatsbaar zijn, kunnen al een groot verschil maken zonder dat de doorstroomfunctie verloren gaat of dat de ruimte te druk wordt. Het is daarnaast waardevol om aan te sluiten bij bestaande activiteiten zoals de Ouder & Kind-middag, zodat de plek een herkenbaar verlengstuk wordt van ritmes die bewoners al kennen.
Een tweede aanbeveling betreft het voortzetten van creatieve participatie. Kinderen bleken de meest enthousiaste en betrokken groep tijdens onze interventie, en door maandelijks kleine workshops te organiseren in samenwerking met OBA, Buurtcampus en Het Pluspunt kan deze betrokkenheid structureel worden gemaakt. Door kunstwerken regelmatig te vernieuwen, blijft de plek dynamisch en aantrekkelijk.
Ook de zichtbaarheid van activiteiten op de groenstrook kan worden vergroot. Een klein informatiebordje of huisje, zoals ons vogelhuisje, kan bewoners informeren over lopende of komende activiteiten en feedback verzamelen. Aangezien een deel van de bewoners vooral Arabisch spreekt, raden wij aan om communicatie tweetalig vorm te geven, zodat iedereen zich aangesproken voelt.
Daarnaast is het belangrijk om de ‘stille stemmen’ te blijven betrekken. Ouderen en nieuwkomers gaven aan dat zij de plek vooral waarderen als rustpunt. Daarom is het belangrijk dat rust en natuur behouden blijven en dat speeltijden of -zones zodanig worden vormgegeven dat zij niet overheersen. Op die manier wordt de groenstrook een inclusieve plek voor verschillende gebruikersgroepen.
Ten slotte adviseren we om voort te bouwen op bestaande initiatieven, zoals de plannen van de Groene Vingers Club om de strook verder te vergroenen. Door kinderkunst en vergroening met elkaar te verbinden kan een structureel gevoel van eigenaarschap en continuïteit ontstaan. Wel is het belangrijk om te voorkomen dat bewoners opnieuw het gevoel krijgen onderwerp van een onderzoek te zijn. Veel bewoners vertelden ons dat zij ‘onderzoeksmoe’ zijn. Daarom is het essentieel om helder te communiceren dat activiteiten plaatsvinden vanuit de Buurtcampus en niet vanuit de gemeente, en om vooral te werken met concrete acties in plaats van nieuwe vragenlijsten.

Overdracht & Aanbevelingen in het kort
1. Maak van de groenstrook een herkenbare speel- én verblijfsplek
  • Introduceer tijdelijke speelelementen (zoals verplaatsbare speelmaterialen).
  • Creëer zichtbare maar lichte markeringen van de plek.
  • Sluit aan bij bestaande activiteiten, zoals de Ouder & Kind-middag.
2. Bouw voort op creatieve participatie
Kinderen bleken de meest betrokken doelgroep.
 Aanbeveling:
  • Organiseer maandelijkse mini-workshops op de groenstrook (in samenwerking met OBA, Pluspunt, Buurtcampus).
  • Zorg dat kunstwerken regelmatig wisselen voor blijvende dynamiek.
3. Zorg voor zichtbaarheid en communicatie
  • Plaats een tijdelijk informatiebordje of huisje, zoals ons vogelhuisje, voor updates.
  • Communiceer tweetalig (Nederlands en Arabisch).
  • Maak zichtbaar dat activiteiten vanuit de Buurtcampus, niet vanuit de gemeente komen  om onderzoeks- en beleidsmoeheid te verminderen.
4. Betrek de 'stille stemmen'
Ouderen en nieuwkomers gebruiken de plek vooral als rust- en natuurpunt.
 Daarom:
  • Behoud de rustige zones.
  • Introduceer speelmomenten met gebalanceerde tijden.
  • Combineer spelen en rust zonder dat één groep overheerst.
5. Werk door op bestaande groene initiatieven
De Groene Vingers Club ziet kansen voor vergroening.
 Aanbeveling:
  • Integreer kinderkunst in nieuwe groeninitiatieven, zodat eigenaarschap structureel wordt: bijvoorbeeld minituintjes, kunst in plantenbakken.
6. Vermijd zwaar en herhaald onderzoek
Bewoners vertelden ons dat zij 'onderzoeksmoe' zijn.
 Daarom:
  • Beperk nieuwe onderzoeken, tenzij bewoners duidelijk aangeven dat dit gewenst is.
Werk vooral met directe toepassingen en zichtbare resultaten.
 

Do's & Don'ts

  • Betrek Het Pluspunt en Eigenwijks vroegtijdig.
  • Communiceer helder en tijdig.
  • Werk met bestaande sociale ritmes (koffieochtend, kindermiddagen).
  • Herhaal observaties op verschillende momenten.
  • Bouw relationeel vertrouwen op door fysieke aanwezigheid.
  • Geen zware, permanente ontwerpen in deze fase: groots en creatief denken is zeker goed, maar hou het ook behapbaar voor jezelf en de stakeholders.
  • Niet probleemgericht werken; focus op wensen en mogelijkheden.
  • Geen onduidelijke communicatie of gebrekkige afstemming.



Eindpresentatie Videographic


Verbinding op het Lambertus Zijlplein

Buurtcampus HvA

De Buurtcampus is een leeromgeving van de HvA in samenwerking met de OBA. Het doel is om de wijk met haar bewoners en organisaties te verbinden met studenten. In samenwerking met docenten en onderzoekers wordt een rijke leeromgeving gecreëerd en een divers programma ontwikkeld voor de buurt.
2 / 5
Confuciusbuurtpark 2024-2025

Referenties

De Waarheid. (1972, 8 september). Buurtcentrum in Geuzenveld. Delpher.
Gehl, J., & Svarre, B. (2013). How to study public life. Island Press.
Gehl Institute. (z.d.). Twelve quality criteria.
Het Parool. (1973, 9 september). Start bouw van centrum. Delpher.
Reijndorp, A., Reijnders, L., & Venema, H. (2010). De alledaagse en de geplande stad: Over identiteit, plek en thuis. SUN Trancity.
Sim, D. (2019). Soft city: Building density for everyday life. Island Press.
Stadsarchief Amsterdam. (1990). Archief van Stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer.
Verloo, N. (2020). Urban ethnography and participant observations: Studying the city from within. In N. Verloo & L. Bertolini (Eds.), Seeing the city: Interdisciplinary perspectives on the study of the urban (pp. 37–55). Amsterdam University Press.

Terug naar de kaart

Placemaking

Wat is Placemaking UvA?OnderwijsStudentenprojectenPartnersStageplekkenContactEnglishSensory Bike Tour

Nieuwe projecten

Stageonderzoek: Verbinding tussen buurt en openbare ruimte Stageonderzoek: Het Transformeren van de AmstelstraatStageonderzoek: FrederikspleinVerbinding op het Lambertus ZijlpleinJongvolwassenen in Artis

Contact

Instituut voor Interdisciplinaire Studies,
Universiteit van Amsterdam (UvA)
Science Park 904, Amsterdam
1098XH Amsterdam
onderwijslab-iis@uva.nl
020 - 525 5190
Universiteit van Amsterdam