Op de kaart
  • Amsterdam
  • Campussen
  • Science Park
  • Roeterseilandcampus
  • Universiteitskwartier
    Placemaking
  • Wat is Placemaking UvA?
  • Methode
  • Onderwijs
  • Studentenprojecten
  • Partners
  • Stageplekken
  • Contact
  • English
Close menu Search
Navigatie
Kaart   ›   Partners   ›   IBED   ›   Een bloeiende binnenplaats
HvA Mismatch Ruimtebezetting

IBED

Het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteemdynamiek (IBED) bestudeert de wereld om ons heen, van moleculen en genen tot complete ecosystemen. Het doel is om te ontrafelen hoe ecosystemen in al hun complexiteit functioneren en hoe ze veranderen door natuurlijke processen en menselijke activiteiten. De kern van IBED wordt gevormd door een geïntegreerde aanpak voor de studie van biodiversiteit, ecosystemen en het milieu, waarbij gebruik wordt gemaakt van methoden die kenmerkend zijn voor de disciplines ecologie, fysische geografie en milieukunde.
1 / 1
IJBC in de Buurt - impact leerlingen op de omgeving

Een bloeiende binnenplaats

Team

Chiara
Student Bèta-gamma, Major Planologie
Jahmoon
Student Bèta-gamma, Major Biologie
Mette
Student Bèta-gamma, Major Onderwijswetenschappen & Filosofie

Vraagstuk: een mismatch op de binnenplaats van het Science Park

De campus, naar ontwerp van een landschapsarchitectenbureau, kent naast tegels en waterpartijen, stukken groen in de vorm van gras, bomen en oevers. Het groen wordt momenteel met weinig visie beheerd. Er wordt een 'netheidsbeginsel' gehanteerd. De beplanting die er staat is weinig inheems, vergt veel onderhoud en voegt minimaal toe aan de ervaring en ecologie in en rondom Science Park.

Van onze partner, Geert Timmermans van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica, kregen wij de uitdaging om een ‘groene’ inrichting te vinden die (beter) past bij de onderzoeksvragen en werkgebieden van studenten en betrokkenen. Wij hebben dit omgevormd tot een onderzoek naar de behoeften van menselijke en niet-menselijke gebruikers van de binnenplaats en hoe deze beter vervuld kunnen worden.

Door middel van een locatieonderzoek en een co-creatiesessie hebben wij geprobeerd erachter te komen hoe gebruikers van de binnenplaats deze ervaren en zouden willen zien in een ideale wereld. Daarna hebben we door middel van de interventie een poging gedaan om de binnenplaats aantrekkelijker te maken voor alle soorten gebruikers, waarbij wij zelf voor de materialen hebben gezorgd en participatie hebben gestimuleerd.


Locatieonderzoek en analyse

Wij begonnen ons onderzoek met observaties en gesprekken met mensen op locatie. Wij hebben gelet op waar mensen zich bevonden, wat ze deden en hoe dit in verband stond met de ruimte. Op basis hiervan hebben we een flowchart met looproutes gecreëerd die te zien is in de onderstaande infographic.

Hieruit bleek dat de ruimte vooral functioneert als verbinding tussen de gebouwen van het Science Park. Mensen verbleven er kort en keken weinig om zich heen. Veel mensen gaven aan dat zij de ruimte niet aantrekkelijk vonden: 'een deprimerende plek' hebben wij vaker teruggehoord. De meest genoemde redenen hiervoor waren gebrek aan groen, verschillende kleuren en comfortabele zitplekken. Er was weinig sprake van een gevoel van verbondenheid met de ruimte en zeker geen sprake van een band met de natuur.

Met betrekking tot de niet-menselijke gebruikers viel op dat er weinig soorten dieren en planten aanwezig waren. De leefruimte was hier namelijk niet op ingesteld: voor dieren zouden er weinig schuilplaatsen en voedsel te vinden zijn en de vele tegels zorgen ervoor dat er weinig ruimte is voor planten. Dit terwijl de Gemeente Amsterdam een grote biodiversiteit kent en de kennis over zorg voor de natuur er zeker op Science Park is. Daar zagen wij potentie in! 

PDF Presentatie locatieonderzoek
 

Co-creatie en interventie

Wij zijn het veld nog een keer ingegaan, deze keer om te brainstormen met mensen die langskwamen. Aan de hand van een poster met categorieën van behoeften afgeleid uit het locatieonderzoek vroegen wij mensen wat zij op deze gebieden goed vonden en nog anders zouden willen zien. Vervolgens vroegen wij door over hoe zij dat voor zich zagen. Vaak worden groen (zichtbare biodiversiteit) en comfort als eerste benoemd: dit vonden de menselijke gebruikers het belangrijkst en hier wouden zij het liefst verbetering in zien. De post-its met iedereen's opmerkingen per thema zijn op deze pagina te zien.

Wij hebben ook een debat gehouden met niet-menselijke persona's, waarin wij zelf in hun rol kropen en hun perspectief zo goed mogelijk probeerden te vertegenwoordigen. Voor hen was het vooral belangrijk dat er meer inheemse planten kwamen. Deze planten zorgen namelijk voor leefruimte, beschutting en voedsel. Hierdoor worden meer dier- en plantsoorten aangetrokken en kan zo een bruisend ecosysteem ontstaan op de binnenplaats. De post-its met de resultaten zijn ook op deze pagina te zien.

Deze combinatie van behoeften plantte een zaadje in ons hoofd: wat als wij nou eens zaden gaan planten? Dit zorgt voor de menselijke gebruikers voor meer kleur en variatie aan beplanting (biodiversiteit) en functioneert voor de niet-menselijke gebruikers als aantrekkingskracht voor verschillende soorten dieren en planten doordat het voedsel en leefruimte biedt.

En dat zijn we gaan doen! Samen met de menselijke gebruikers van de binnenplaats.
Van UvA Vastgoed kregen wij een zadenmix die bestond uit 15 soorten inheemse bloemen en planten. Een kleurrijke en geurrijke mix die mens en dier goed zou doen.

Samen met verschillende voorbijgangers die over het plein liepen (zo'n 20 personen) hebben we bloemzaden gestrooid op de bestaande groendriehoeken op de binnenplaats. Door de menselijke gebruikers van de binnenplaats te betrekken bij het strooien van de zaden, konden ze gelijk meer binding vormen met de plek, maar ook met de niet-menselijke gebruikers die, als de bloemen eenmaal bloeien, ervan kunnen genieten. Het was leuk om te zien hoe enthousiast mensen werden van het strooien van zaadjes en dat ze zich meer thuis begonnen te voelen op de binnenplaats! Het was grappig om te zien dat sommigen maar een klein beetje strooiden, terwijl anderen een hele handvol pakten. Zo was iedereen uniek in zijn/haar manier van de zaadjes strooien.

Naast het strooien van de zaadjes hebben we bordjes ontworpen waarop gebruikers kunnen zien welke bloemen vlinders aantrekken en welke bijen, met de vraag of ze de beestjes kunnen spotten. Deze bordjes kun je zien op deze pagina. Hierdoor worden mensen actief gestimuleerd om zich bezig te houden met de natuur, wat wederom de binding met de plek en de natuur verbetert.

Al met al, een geslaagde interventie die hopelijk nog lang mens, dier en plant zal verbinden met elkaar en de binnenplaats!
Verder op deze projectpagina kan je foto's vinden van het uitvoeren van de interventie.


Overdracht

In het vervolg van het project is het belangrijk dat er gemeten wordt of er inderdaad intensiever gebruik wordt gemaakt van de binnenplaats, door nieuwe flowcharts te maken. Hiermee kan er gekeken worden of menselijke gebruikers langer op de binnenplaats verblijven en of ze andere routes nemen dan voorheen. Daarnaast kunnen er, als er meer dierlijke gebruikers op de binnenplaats komen, ook flowcharts van hun beweging en verblijf op de binnenplaats gemaakt worden, om te kijken of er meer intensief gebruik is door niet-menselijke gebruikers en of ze meer van het plein bezoeken dan eerst. Ook kunnen alle nieuwe dieren en eventueel nieuwe planten geteld worden om de toename van niet-menselijke gebruikers te kunnen kwantificeren. Het IBED kan deze informatie gebruiken om de interventie te evalueren en eventuele vervolgstappen te ondernemen.

Daarnaast kan er gekeken worden of de sense of place (de binding met de plek en andere gebruikers van de binnenplaats) is verbeterd door een tweede ronde interviews te doen. Mensen kunnen kwijt hoe de bloemen hun beeld van de binnenplaats hebben veranderd en hoe dit hun verbinding met de plek en de (nieuwe) niet-menselijke gebruikers heeft verbeterd. Dit zal in het bijzonder leuk zijn voor de mensen die hebben geholpen bij het planten van de bloemen, omdat zij kunnen omschrijven hoe het is om hun eigen impact terug te zien op de binnenplaats!



 
PDF Eindpresentatie

Do's & Don'ts

  • Houd het laagdrempelig. Zo zorg je ervoor dat mensen zich snel betrokken voelen en hun mening en ervaringen met je willen delen.
  • Houd je gebied klein. Hierdoor blijven het onderzoek en de inzichten die hieruit komen overzichtelijk en hanteerbaar.
  • Have fun! Een leuk proces en een leuke interventie zorgen gelijk voor mooie herinneringen aan de plek - wat dus bijdraagt aan de sense of place.
  • Wees niet gehaast. Hoe meer tijd je neemt voor de co-creatie en het locatieonderzoek, hoe meer mensen je spreekt en hoe beter je resultaten de werkelijke ervaring van de locatie weerspiegelen.
  • Probeer niet te veel soorten gebruikers te betrekken. Door een goede afweging te maken over welke soorten stakeholders je bij het project betrekt, kan je deze groepen meer aandacht geven en zo beter helpen bij het transformeren van de plek.
HvA Mismatch Ruimtebezetting

IBED

Het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteemdynamiek (IBED) bestudeert de wereld om ons heen, van moleculen en genen tot complete ecosystemen. Het doel is om te ontrafelen hoe ecosystemen in al hun complexiteit functioneren en hoe ze veranderen door natuurlijke processen en menselijke activiteiten. De kern van IBED wordt gevormd door een geïntegreerde aanpak voor de studie van biodiversiteit, ecosystemen en het milieu, waarbij gebruik wordt gemaakt van methoden die kenmerkend zijn voor de disciplines ecologie, fysische geografie en milieukunde.
1 / 1
IJBC in de Buurt - impact leerlingen op de omgeving
Terug naar de kaart

Placemaking

Wat is Placemaking UvA?MethodeOnderwijsStudentenprojectenPartnersStageplekkenContactEnglish

Nieuwe projecten

Stageonderzoek: Het Transformeren van de AmstelstraatRegenboog groep de NaritaRouwen & Vieren CREA als stedelijke ontmoetingsplek Horecaruimte Camping Zeeburg

Contact

Instituut voor Interdisciplinaire Studies,
Universiteit van Amsterdam (UvA)
Science Park 904, Amsterdam
1098XH Amsterdam
onderwijslab-iis@uva.nl
020 - 525 5190
Universiteit van Amsterdam